Ringkasan Surat (AI)

Surat ini mengingatkan Nabi agar tidak memihak orang kaya yang sombong atau mengabaikan orang buta yang tulus mencari ilmu. Allah menegaskan bahwa Al-Quran adalah peringatan suci bagi siapa pun yang menghendaki bimbingan, terlepas dari status sosial maupun fisiknya. Inti pesannya adalah kesetaraan menerima dakwah dan prioritas utama pada ketulusan beragama.

21

ثُمَّ أَمَاتَهُ فَأَقْبَرَهُ

Daarna deed hij hem sterven, en legde hem in het graf.

22

ثُمَّ إِذَا شَاء أَنشَرَهُ

Hierna, als het hem zal behagen, zal hij hem tot het leven opwekken.

23

كَلَّا لَمَّا يَقْضِ مَا أَمَرَهُ

Waarlijk, hij heeft tot hiertoe niet volkomen vervuld wat God hem heeft bevolen.

24

فَلْيَنظُرِ الْإِنسَانُ إِلَى طَعَامِهِ

Laat den mensch zijn voedsel beschouwen (en op welke wijze het wordt voortgebracht).

25

أَنَّا صَبَبْنَا الْمَاء صَبًّا

Wij doen het water door regenbuien nederstorten;

26

ثُمَّ شَقَقْنَا الْأَرْضَ شَقًّا

Daarna splijten wij de aarde met spleten.

27

فَأَنبَتْنَا فِيهَا حَبًّا

En wij doen het koren daaruit voortspruiten.

28

وَعِنَبًا وَقَضْبًا

Den wijngaard en het klaverblad;

29

وَزَيْتُونًا وَنَخْلًا

Den olijfboom en den palmboom.

30

وَحَدَائِقَ غُلْبًا

En tuinen dicht met boomen beplant.

31

وَفَاكِهَةً وَأَبًّا

En vruchten en gras.

32

مَّتَاعًا لَّكُمْ وَلِأَنْعَامِكُمْ

Voor het gebruik van u zelven en van uw vee.

33

فَإِذَا جَاءتِ الصَّاخَّةُ

Als de verdoovende klank van de trompet zal gehoord worden.

34

يَوْمَ يَفِرُّ الْمَرْءُ مِنْ أَخِيهِ

Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.

35

وَأُمِّهِ وَأَبِيهِ

Van zijne moeder en zijn vader.

36

وَصَاحِبَتِهِ وَبَنِيهِ

Van zijn vrouw en zijne kinderen.

37

لِكُلِّ امْرِئٍ مِّنْهُمْ يَوْمَئِذٍ شَأْنٌ يُغْنِيهِ

Ieder mensch zal op dien dag genoeg stof voor zich zelven hebben, om zijne gedachten bezig te houden.

38

وُجُوهٌ يَوْمَئِذٍ مُّسْفِرَةٌ

Op dien dag zullen de aangezichten van sommigen schitteren.

39

ضَاحِكَةٌ مُّسْتَبْشِرَةٌ

Lachend en vroolijk zijn.

40

وَوُجُوهٌ يَوْمَئِذٍ عَلَيْهَا غَبَرَةٌ

En op de aangezichten van anderen zal, op dien dag, stof liggen;