AL QIYAAMAH (HARI KIAMAT)
Ringkasan Surat (AI)
Surat Al-Qiyamah menegaskan kepastian hari kiamat dan kuasa Allah dalam mengumpulkan kembali jasad manusia untuk dihisab. Setiap individu akan menjadi saksi atas amal perbuatannya sendiri tanpa dapat lari dari keadilan Ilahi. Manusia dituntut untuk beriman dan mempersiapkan diri menghadapi hari pembalasan tersebut.
وَلَا أُقْسِمُ بِالنَّفْسِ اللَّوَّامَةِ
En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.
أَيَحْسَبُ الْإِنسَانُ أَلَّن نَجْمَعَ عِظَامَهُ
Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?
بَلَى قَادِرِينَ عَلَى أَن نُّسَوِّيَ بَنَانَهُ
Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.
بَلْ يُرِيدُ الْإِنسَانُ لِيَفْجُرَ أَمَامَهُ
Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.
يَسْأَلُ أَيَّانَ يَوْمُ الْقِيَامَةِ
Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?
يَقُولُ الْإِنسَانُ يَوْمَئِذٍ أَيْنَ الْمَفَرُّ
Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?
إِلَى رَبِّكَ يَوْمَئِذٍ الْمُسْتَقَرُّ
Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.
يُنَبَّأُ الْإِنسَانُ يَوْمَئِذٍ بِمَا قَدَّمَ وَأَخَّرَ
Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan.
بَلِ الْإِنسَانُ عَلَى نَفْسِهِ بَصِيرَةٌ
Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.
وَلَوْ أَلْقَى مَعَاذِيرَهُ
En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.
لَا تُحَرِّكْ بِهِ لِسَانَكَ لِتَعْجَلَ بِهِ
Beweeg uwe tong niet (o Mahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u door Gabriël gebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.
إِنَّ عَلَيْنَا جَمْعَهُ وَقُرْآنَهُ
Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.
فَإِذَا قَرَأْنَاهُ فَاتَّبِعْ قُرْآنَهُ
Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.
كَلَّا بَلْ تُحِبُّونَ الْعَاجِلَةَ
Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).