ن وَالْقَلَمِ وَمَا يَسْطُرُونَ
Noen. (Ik zweer) bij de pen en wat zij (de menschen) schrijven.
Surat Al-Qalam menegaskan kemuliaan akhlak Nabi Muhammad SAW sekaligus membantah tuduhan keji dari para pendusta agama. Allah memberikan peringatan keras terhadap orang-orang sombong yang menghalangi kebenaran dan memerintahkan Rasul-Nya untuk tetap bersabar dalam berdakwah. Pesan utamanya adalah pembelaan terhadap martabat Nabi serta penegasan atas kebenaran wahyu Ilahi.
ن وَالْقَلَمِ وَمَا يَسْطُرُونَ
Noen. (Ik zweer) bij de pen en wat zij (de menschen) schrijven.
مَا أَنتَ بِنِعْمَةِ رَبِّكَ بِمَجْنُونٍ
Gij, o Mahomet! zijt, door de genade van uwen Heer, geen bezetene.
وَإِنَّ لَكَ لَأَجْرًا غَيْرَ مَمْنُونٍ
Waarlijk, er is u eene eeuwige belooning gereed gemaakt;
إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِمَن ضَلَّ عَن سَبِيلِهِ وَهُوَ أَعْلَمُ بِالْمُهْتَدِينَ
Waarlijk, uw Heer kent hen wel, die zijn pad verlaat, en hij kent hen wel, die op den rechten weg geleid worden.
فَلَا تُطِعِ الْمُكَذِّبِينَ
Gehoorzaam hen dus niet, die u van bedrog beschuldigen.
وَدُّوا لَوْ تُدْهِنُ فَيُدْهِنُونَ
Zij begeeren, dat gij hen met zachtheid zoudt behandelen, en dan zouden zij u ook met zachtheid behandelen.
وَلَا تُطِعْ كُلَّ حَلَّافٍ مَّهِينٍ
Maar geloof niemand die ieder oogenblik zweert en een verachtelijke is.
هَمَّازٍ مَّشَّاء بِنَمِيمٍ
Luister niet naar den lasteraar, die met leugens omgaat.
مَنَّاعٍ لِّلْخَيْرِ مُعْتَدٍ أَثِيمٍ
Die verbiedt wat goed is; die een overtreder, een snoodaard is.
إِذَا تُتْلَى عَلَيْهِ آيَاتُنَا قَالَ أَسَاطِيرُ الْأَوَّلِينَ
Als hem onze teekenen herinnerd worden, zegt hij: Dit zijn fabelen van de ouden.
إِنَّا بَلَوْنَاهُمْ كَمَا بَلَوْنَا أَصْحَابَ الْجَنَّةِ إِذْ أَقْسَمُوا لَيَصْرِمُنَّهَا مُصْبِحِينَ
Waarlijk, wij hebben de bewoners van Mekka beproefd, zooals wij vroeger de eigenaars van den tuin beproefden, toen zij zwoeren, dat zij de vruchten daarvan des ochtends zouden verzamelen.
فَطَافَ عَلَيْهَا طَائِفٌ مِّن رَّبِّكَ وَهُمْ نَائِمُونَ
En de tuin werd door eene verwoesting van uwen Heer overvallen, terwijl zij sliepen.
فَأَصْبَحَتْ كَالصَّرِيمِ
En des ochtends was die, als een tuin waarvan de vruchten reeds verzameld waren.