Ringkasan Surat (AI)

Surat Ad-Dukhan menekankan pentingnya Al-Qur'an sebagai petunjuk yang diturunkan pada malam yang diberkahi, serta mengingatkan manusia akan kekuasaan Allah dan kesalahan mereka dalam mengingkari rasul. Pesan intinya adalah peringatan keras tentang azab yang akan datang jika tetap berpaling dari kebenaran, sekaligus menawarkan rahmat dan kesempatan bagi yang mau bertobat—namun hanya jika mereka benar-benar percaya dan tidak terus-menerus ragu.

2

وَالْكِتَابِ الْمُبِينِ

Bij het doorzichtige boek van den Koran.

3

إِنَّا أَنزَلْنَاهُ فِي لَيْلَةٍ مُّبَارَكَةٍ إِنَّا كُنَّا مُنذِرِينَ

Waarlijk wij hebben dit in eenen gezegenden nacht nedergezonden: want wij hadden ons verbonden zoo te handelen.

4

فِيهَا يُفْرَقُ كُلُّ أَمْرٍ حَكِيمٍ

In den nacht waarin, gij duidelijke wijze, het besluit van ieder bepaald ding is nedergezonden.

5

أَمْرًا مِّنْ عِندِنَا إِنَّا كُنَّا مُرْسِلِينَ

Als een bevel van ons. Waarlijk wij waren immer gewoon, gezanten met openbaringen, met zeker tusschenpoozen te zenden.

6

رَحْمَةً مِّن رَّبِّكَ إِنَّهُ هُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ

Als bewijs der genade van uwen Heer; want hij is het die alles hoort en ziet.

7

رَبِّ السَّمَاوَاتِ وَالْأَرْضِ وَمَا بَيْنَهُمَا إِن كُنتُم مُّوقِنِينَ

De Heer van hemel en aarde en van alles wat daar tusschen is; indien gij menschen van vast geloof zijt.

8

لَا إِلَهَ إِلَّا هُوَ يُحْيِي وَيُمِيتُ رَبُّكُمْ وَرَبُّ آبَائِكُمُ الْأَوَّلِينَ

Er is geen God buiten hem: hij geeft leven en hij doet sterven; hij is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.

9

بَلْ هُمْ فِي شَكٍّ يَلْعَبُونَ

Thans vermaken zij zich door te twijfelen.

10

فَارْتَقِبْ يَوْمَ تَأْتِي السَّمَاء بِدُخَانٍ مُّبِينٍ

Maar sla hen gade, op den dag dat de hemel een zichtbaren rook zal voortbrengen.

11

يَغْشَى النَّاسَ هَذَا عَذَابٌ أَلِيمٌ

Die den mensch zal bedekken. Dit zal eene martelende plaag wezen.

12

رَبَّنَا اكْشِفْ عَنَّا الْعَذَابَ إِنَّا مُؤْمِنُونَ

Zij zullen zeggen: O Heer! neem deze plaag van ons af; waarlijk wij zullen ware geloovigen worden.

13

أَنَّى لَهُمُ الذِّكْرَى وَقَدْ جَاءهُمْ رَسُولٌ مُّبِينٌ

Wat heeft onze vermaning hen in dezen toestand gebaat, toen een duidelijke gezant tot hen kwam.

14

ثُمَّ تَوَلَّوْا عَنْهُ وَقَالُوا مُعَلَّمٌ مَّجْنُونٌ

En zij zich van hem verwijderden, zeggende: Deze man is door anderen onderricht, of hij is een uitzinnig mensch.

15

إِنَّا كَاشِفُو الْعَذَابِ قَلِيلًا إِنَّكُمْ عَائِدُونَ

Indien wij de plaag eenigermate van u afnemen, zult gij zekerlijk tot uwe ongetrouwheid terugkeeren.

16

يَوْمَ نَبْطِشُ الْبَطْشَةَ الْكُبْرَى إِنَّا مُنتَقِمُونَ

Op den dag waarop wij hen fel en met groote macht zullen aanvallen, waarlijk, dan zullen wij wraak op hen nemen.

17

وَلَقَدْ فَتَنَّا قَبْلَهُمْ قَوْمَ فِرْعَوْنَ وَجَاءهُمْ رَسُولٌ كَرِيمٌ

Wij beproefden het volk van Pharao vóór hen, en een achtingswaardige gezant kwam tot hen.

18

أَنْ أَدُّوا إِلَيَّ عِبَادَ اللَّهِ إِنِّي لَكُمْ رَسُولٌ أَمِينٌ

Zeggende: Zendt de dienaren van God tot mij, waarlijk, ik ben een verzoenend zendeling voor u.

19

وَأَنْ لَّا تَعْلُوا عَلَى اللَّهِ إِنِّي آتِيكُم بِسُلْطَانٍ مُّبِينٍ

En staat niet op tegen God, want ik kom met eene duidelijke macht tot u.

20

وَإِنِّي عُذْتُ بِرَبِّي وَرَبِّكُمْ أَن تَرْجُمُونِ

Ik zoek eene schuilplaats bij mijn Heer en uw Heer, opdat gij mij niet steenigt.