فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ
Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.
Surat ini menegaskan keesaan dan kekuasaan mutlak Allah melalui sumpah para malaikat serta penciptaan alam semesta. Pesan intinya memperingatkan manusia agar tidak meniru kesombongan kaum musyrik yang mengingkari kebenaran dan hari kebangkitan.
فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ
Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.
فَلَمَّا بَلَغَ مَعَهُ السَّعْيَ قَالَ يَا بُنَيَّ إِنِّي أَرَى فِي الْمَنَامِ أَنِّي أَذْبَحُكَ فَانظُرْ مَاذَا تَرَى قَالَ يَا أَبَتِ افْعَلْ مَا تُؤْمَرُ سَتَجِدُنِي إِن شَاء اللَّهُ مِنَ الصَّابِرِينَ
En toen hij den ouderdom der jongelingschap had bereikt, en zich met hem in de verrichtingen van den godsdienst kon vereenigen. Zeide Abraham tot hem: O mijn zoon! waarlijk, ik zag in een droom, dat ik u als eene offerande zoude aanbieden. Overweeg dus wat gij meent, dat ik zal doen. Hij antwoordde: O mijn vader! doe wat u bevolen werd; indien het Gode behaagt, zult gij bevinden dat ik het lijdzaam zal ondergaan.
فَلَمَّا أَسْلَمَا وَتَلَّهُ لِلْجَبِينِ
En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.
قَدْ صَدَّقْتَ الرُّؤْيَا إِنَّا كَذَلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ
Gij hebt aan uw visioen geloofd. Zoo beloonen wij den rechtvaardige.
وَفَدَيْنَاهُ بِذِبْحٍ عَظِيمٍ
En wij losten zijn zoon met een edel slachtoffer uit.
وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ
En wij lieten hem de volgende groete door de verste nakomelingschap bewaren;
وَبَشَّرْنَاهُ بِإِسْحَاقَ نَبِيًّا مِّنَ الصَّالِحِينَ
Wij verblijdden hem met de belofte van Izaäk, een rechtvaardigen profeet.
وَبَارَكْنَا عَلَيْهِ وَعَلَى إِسْحَاقَ وَمِن ذُرِّيَّتِهِمَا مُحْسِنٌ وَظَالِمٌ لِّنَفْسِهِ مُبِينٌ
En wij zegenden hem en Izaäk; en onder hunne nakomelingschap waren eenige rechtvaardigen, en anderen, die klaarblijkelijk hunne eigene zielen nadeel toebrachten.
وَلَقَدْ مَنَنَّا عَلَى مُوسَى وَهَارُونَ
Wij waren ook vroeger genadig omtrent Mozes en Aäron.
وَنَجَّيْنَاهُمَا وَقَوْمَهُمَا مِنَ الْكَرْبِ الْعَظِيمِ
En wij bevrijdden hen en hun volk van eene groote ellende.
وَنَصَرْنَاهُمْ فَكَانُوا هُمُ الْغَالِبِينَ
Wij ondersteunden hen tegen de Egyptenaren, en zij werden overwinnaars.
وَآتَيْنَاهُمَا الْكِتَابَ الْمُسْتَبِينَ
Wij gaven hun het duidelijke boek der wet.
وَتَرَكْنَا عَلَيْهِمَا فِي الْآخِرِينَ
En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hen bewaren;