Surah ke-37 · 182 ayat

ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF) — Ayat 101

101

فَبَشَّرْنَاهُ بِغُلَامٍ حَلِيمٍ

Daarom maakten wij hem bekend, dat hij een zoon zou bekomen, die een zachten aard zou hebben.

Tafsir Ibnu Katsir