Surah ke-37 · 182 ayat

ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF)

Ringkasan Surat (AI)

Surat ini menegaskan keesaan dan kekuasaan mutlak Allah melalui sumpah para malaikat serta penciptaan alam semesta. Pesan intinya memperingatkan manusia agar tidak meniru kesombongan kaum musyrik yang mengingkari kebenaran dan hari kebangkitan.

121

إِنَّا كَذَلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ

Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.

122

إِنَّهُمَا مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ

Want zij waren twee onzer geloovige dienaren.

123

وَإِنَّ إِلْيَاسَ لَمِنْ الْمُرْسَلِينَ

En Elias was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.

124

إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ أَلَا تَتَّقُونَ

Toen hij tot zijn volk zeide: Vreest gij God niet?

125

أَتَدْعُونَ بَعْلًا وَتَذَرُونَ أَحْسَنَ الْخَالِقِينَ

Roept gij Baal aan, en verzaakt gij den uitmuntendsten schepper?

126

وَاللَّهَ رَبَّكُمْ وَرَبَّ آبَائِكُمُ الْأَوَّلِينَ

God is uw Heer en de Heer uwer voorvaderen.

127

فَكَذَّبُوهُ فَإِنَّهُمْ لَمُحْضَرُونَ

Maar zij beschuldigden hem van bedrog.

128

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ

Weshalve zij aan de eeuwige straf zullen worden overgeleverd, behalve de oprechte dienaren Gods

129

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ

En wij lieten de volgende groete door de verste nakomelingschap voor hem bewaren.

130

سَلَامٌ عَلَى إِلْ يَاسِينَ

Namelijk: Vrede zij op Ilyasin!

131

إِنَّا كَذَلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ

Zoo beloonen wij den rechtvaardige.

132

إِنَّهُ مِنْ عِبَادِنَا الْمُؤْمِنِينَ

Want hij was een onzer geloovige dienaren.

133

وَإِنَّ لُوطًا لَّمِنَ الْمُرْسَلِينَ

En Lot was mede een dergenen, die door ons werden gezonden.

134

إِذْ نَجَّيْنَاهُ وَأَهْلَهُ أَجْمَعِينَ

Toen wij hem en zijn geheel gezin bevrijden.

135

إِلَّا عَجُوزًا فِي الْغَابِرِينَ

Behalve eene oude vrouw, zijne huisvrouw, die omkwam met hen die achterbleven.

136

ثُمَّ دَمَّرْنَا الْآخَرِينَ

Daarna verdelgden wij de anderen.

137

وَإِنَّكُمْ لَتَمُرُّونَ عَلَيْهِم مُّصْبِحِينَ

En gij, o bewoners van Mekka! komt de plaatsen voorbij waar zij eens hebben gewoond, als gij des ochtends reist.

138

وَبِاللَّيْلِ أَفَلَا تَعْقِلُونَ

En des nachts. Zult gij dan niet begrijpen?

139

وَإِنَّ يُونُسَ لَمِنَ الْمُرْسَلِينَ

Jonas was mede een dergenen die door ons werden gezonden.

140

إِذْ أَبَقَ إِلَى الْفُلْكِ الْمَشْحُونِ

Toen hij in een geladen schip vluchtte.