Surah ke-37 · 182 ayat

ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF) — Ayat 103

103

فَلَمَّا أَسْلَمَا وَتَلَّهُ لِلْجَبِينِ

En toen zij beiden zich aan den goddelijken wil hadden onderworpen, en Abraham zijn zoon voorover op het aangezicht had gelegd.

Tafsir Ibnu Katsir