Ringkasan Surat (AI)

Surat Al-Waqi'ah menegaskan kepastian hari kiamat yang akan membagi umat manusia menjadi tiga golongan berdasarkan derajat keimanan dan amal perbuatannya. Pesan intinya mengajak manusia merenungkan kebesaran Allah melalui penciptaan serta mengingatkan adanya balasan surga yang penuh kenikmatan maupun siksa neraka bagi para pendusta.

41

وَأَصْحَابُ الشِّمَالِ مَا أَصْحَابُ الشِّمَالِ

En de makkers van de linkerhand (hoe ellendig zullen de makkers der linkerhand zijn).

42

فِي سَمُومٍ وَحَمِيمٍ

Zullen wonen te midden van brandende, verpestende winden en kokend water.

43

وَظِلٍّ مِّن يَحْمُومٍ

Onder de schaduw van zwarten rook.

44

لَّا بَارِدٍ وَلَا كَرِيمٍ

Die noch koel, noch aangenaam zal wezen.

45

إِنَّهُمْ كَانُوا قَبْلَ ذَلِكَ مُتْرَفِينَ

Want zij genoten de genoegens van het leven, vóór dit, terwijl zij op de aarde waren.

46

وَكَانُوا يُصِرُّونَ عَلَى الْحِنثِ الْعَظِيمِ

En zij volhardden stijfhoofdig in eene hatelijke zondigheid.

47

وَكَانُوا يَقُولُونَ أَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَئِنَّا لَمَبْعُوثُونَ

En zij zeiden: Nadat wij zullen gestorven, en tot stof en beenderen geworden zijn, zullen wij dan zekerlijk tot het leven worden opgewekt?

48

أَوَ آبَاؤُنَا الْأَوَّلُونَ

Zullen onze vaderen ook met ons worden opgewekt?

49

قُلْ إِنَّ الْأَوَّلِينَ وَالْآخِرِينَ

Zeg: waarlijk, zoowel de vroegeren als de lateren.

50

لَمَجْمُوعُونَ إِلَى مِيقَاتِ يَوْمٍ مَّعْلُومٍ

Zullen zekerlijk op den vooraf bepaalden tijd van een bekenden dag worden bijeen verzameld, om geoordeeld te worden.

51

ثُمَّ إِنَّكُمْ أَيُّهَا الضَّالُّونَ الْمُكَذِّبُونَ

En gij, o menschen! die gedwaald, en de opstanding als eene valschheid geloochend hebt.

52

لَآكِلُونَ مِن شَجَرٍ مِّن زَقُّومٍ

Gij zult zekerlijk eten van de vrucht des booms van al Zakkoem.

53

فَمَالِؤُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ

Gij zult uwen buik daarmede vullen.

54

فَشَارِبُونَ عَلَيْهِ مِنَ الْحَمِيمِ

En gij zult daar kokend water drinken.

55

فَشَارِبُونَ شُرْبَ الْهِيمِ

Gij zult drinken, zooals een dorstige kameel drinkt.

56

هَذَا نُزُلُهُمْ يَوْمَ الدِّينِ

Dit zal hunne uitspanning op den dag des oordeels zijn.

57

نَحْنُ خَلَقْنَاكُمْ فَلَوْلَا تُصَدِّقُونَ

Wij hebben u geschapen; wilt gij dus niet gelooven, dat wij u van den dood kunnen opwekken? Wat denkt gij?

58

أَفَرَأَيْتُم مَّا تُمْنُونَ

Het zaad dat gij uitwerpt.

59

أَأَنتُمْ تَخْلُقُونَهُ أَمْ نَحْنُ الْخَالِقُونَ

Schept gij dat, of zijn wij er de schepper van?

60

نَحْنُ قَدَّرْنَا بَيْنَكُمُ الْمَوْتَ وَمَا نَحْنُ بِمَسْبُوقِينَ

Wij hebben voor u allen den dood bepaald, en wij zullen daarin door niemand worden belet.