عَلَى أَن نُّبَدِّلَ أَمْثَالَكُمْ وَنُنشِئَكُمْ فِي مَا لَا تَعْلَمُونَ
Wij zijn in staat anderen, gelijk gij in uw plaats te stellen, en u terug te brengen in den toestand of den vorm, dien gij niet kent.
Surat Al-Waqi'ah menegaskan kepastian hari kiamat yang akan membagi umat manusia menjadi tiga golongan berdasarkan derajat keimanan dan amal perbuatannya. Pesan intinya mengajak manusia merenungkan kebesaran Allah melalui penciptaan serta mengingatkan adanya balasan surga yang penuh kenikmatan maupun siksa neraka bagi para pendusta.
عَلَى أَن نُّبَدِّلَ أَمْثَالَكُمْ وَنُنشِئَكُمْ فِي مَا لَا تَعْلَمُونَ
Wij zijn in staat anderen, gelijk gij in uw plaats te stellen, en u terug te brengen in den toestand of den vorm, dien gij niet kent.
وَلَقَدْ عَلِمْتُمُ النَّشْأَةَ الْأُولَى فَلَوْلَا تَذكَّرُونَ
Gij kent de schepping; wilt gij dus niet overwegen, dat wij u, door u op te wekken, weder kunnen voortbrengen?
أَأَنتُمْ تَزْرَعُونَهُ أَمْ نَحْنُ الزَّارِعُونَ
Doet gij dat uitbotten, of doen wij dat voortspruiten?
لَوْ نَشَاء لَجَعَلْنَاهُ حُطَامًا فَظَلْتُمْ تَفَكَّهُونَ
Indien het ons behaagde, waarlijk, wij konden het droog en onvruchtbaar maken, zoodat gij niet zoudt ophouden u te verwonderen, zeggende:
إِنَّا لَمُغْرَمُونَ
Waarlijk, wij hebben verbintenissen aangegaan voor zaad en arbeid,
بَلْ نَحْنُ مَحْرُومُونَ
Maar het is ons niet geoorloofd, de vruchten daarvan te oogsten.
أَأَنتُمْ أَنزَلْتُمُوهُ مِنَ الْمُزْنِ أَمْ نَحْنُ الْمُنزِلُونَ
Zendt gij dat uit de wolken neder, of zenden wij het?
لَوْ نَشَاء جَعَلْنَاهُ أُجَاجًا فَلَوْلَا تَشْكُرُونَ
Indien het ons behaagde, zouden wij het brak kunnen maken. Zult gij dus niet dankbaar wezen?
أَفَرَأَيْتُمُ النَّارَ الَّتِي تُورُونَ
Wat denkt gij? Het vuur, dat gij door wrijving verkrijgt,
أَأَنتُمْ أَنشَأْتُمْ شَجَرَتَهَا أَمْ نَحْنُ الْمُنشِؤُونَ
Brengt gij den boom voort, waardoor gij dat doet ontstaan? Of brengen wij dien voort?
نَحْنُ جَعَلْنَاهَا تَذْكِرَةً وَمَتَاعًا لِّلْمُقْوِينَ
Wij hebben dit als eene vermaning bevolen en tot een voordeel voor hen, die door de woestijnen reizen.
فَسَبِّحْ بِاسْمِ رَبِّكَ الْعَظِيمِ
Prijst dus den naam van uwen Heer, den grooten God.
فَلَا أُقْسِمُ بِمَوَاقِعِ النُّجُومِ
Ik zweer echter, bij het ondergaan der sterren.
وَإِنَّهُ لَقَسَمٌ لَّوْ تَعْلَمُونَ عَظِيمٌ
(En waarlijk, dit is een groote eed, indien gij het slechts wist!)
فِي كِتَابٍ مَّكْنُونٍ
Waarvan het oorspronkelijke in het welbewaarde boek is geschreven.
لَّا يَمَسُّهُ إِلَّا الْمُطَهَّرُونَ
Niemand zal het aanraken, behalve zij, die rein zijn.
تَنزِيلٌ مِّن رَّبِّ الْعَالَمِينَ
Het is eene openbaring van den Heer van alle schepselen.