أُوْلَئِكَ لَهُمْ رِزْقٌ مَّعْلُومٌ
Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:
Surat ini menegaskan keesaan dan kekuasaan mutlak Allah melalui sumpah para malaikat serta penciptaan alam semesta. Pesan intinya memperingatkan manusia agar tidak meniru kesombongan kaum musyrik yang mengingkari kebenaran dan hari kebangkitan.
أُوْلَئِكَ لَهُمْ رِزْقٌ مَّعْلُومٌ
Zij zullen een zekeren voorraad in het paradijs hebben:
فَوَاكِهُ وَهُم مُّكْرَمُونَ
Namelijk heerlijke vruchten, en zij zullen geëerd worden.
يُطَافُ عَلَيْهِم بِكَأْسٍ مِن مَّعِينٍ
Een beker zal onder hen worden rondgereikt, gevuld aan eene heldere fontein;
بَيْضَاء لَذَّةٍ لِّلشَّارِبِينَ
Een heerlijkheid voor hen, die er van zullen drinken.
لَا فِيهَا غَوْلٌ وَلَا هُمْ عَنْهَا يُنزَفُونَ
Het zal het verstand niet benevelen, en zij zullen er niet door bedwelmd worden.
وَعِنْدَهُمْ قَاصِرَاتُ الطَّرْفِ عِينٌ
En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,
كَأَنَّهُنَّ بَيْضٌ مَّكْنُونٌ
En gelijkende op de eieren van een struisvogel, zorgvol met vederen bedekt.
فَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَى بَعْضٍ يَتَسَاءلُونَ
En zij zullen zich tot elkander wenden, en elkander vragen doen.
قَالَ قَائِلٌ مِّنْهُمْ إِنِّي كَانَ لِي قَرِينٌ
En een van hen zal zeggen: Waarlijk, ik had een vertrouwden vriend, terwijl ik op de wereld leefde.
يَقُولُ أَئِنَّكَ لَمِنْ الْمُصَدِّقِينَ
Die tot mij zeide: Zijt gij een van hen, die de waarheid der opstanding betuigen?
أَئِذَا مِتْنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَامًا أَئِنَّا لَمَدِينُونَ
Nadat wij dood zullen zijn, en tot stof en beenderen veranderd wezen, zullen wij dan zekerlijk worden geoordeeld?
قَالَ هَلْ أَنتُم مُّطَّلِعُونَ
Dan zal hij tot zijne makkers zeggen: Wilt gij nederzien?
فَاطَّلَعَ فَرَآهُ فِي سَوَاء الْجَحِيمِ
En zij zullen nederzien en hem in het midden der hel ontwaren.
قَالَ تَاللَّهِ إِنْ كِدتَّ لَتُرْدِينِ
En hij zal tot hem zeggen: Bij God! er ontbrak weinig aan, of gij hadt mij verdorven.
وَلَوْلَا نِعْمَةُ رَبِّي لَكُنتُ مِنَ الْمُحْضَرِينَ
En was het niet door de genade van mijnen Heer, dan ware ik zeker aan eene eeuwige marteling overgeleverd geworden.
إِلَّا مَوْتَتَنَا الْأُولَى وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ
Of ondergaan wij eenige straf?
إِنَّ هَذَا لَهُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ
Waarlijk, wij genieten eene groote gelukzaligheid.