Surah ke-37 · 182 ayat

ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF)

Ringkasan Surat (AI)

Surat ini menegaskan keesaan dan kekuasaan mutlak Allah melalui sumpah para malaikat serta penciptaan alam semesta. Pesan intinya memperingatkan manusia agar tidak meniru kesombongan kaum musyrik yang mengingkari kebenaran dan hari kebangkitan.

61

لِمِثْلِ هَذَا فَلْيَعْمَلْ الْعَامِلُونَ

Laten de arbeiders arbeiden om eene gelukzaligheid gelijk deze te verwerven.

62

أَذَلِكَ خَيْرٌ نُّزُلًا أَمْ شَجَرَةُ الزَّقُّومِ

Is dit een beter onthaal, of de boom van al Zakkum?

63

إِنَّا جَعَلْنَاهَا فِتْنَةً لِّلظَّالِمِينَ

Waarlijk, wij hebben dien aangeduid als eene aanleiding tot twist onder de onrechtvaardigen

64

إِنَّهَا شَجَرَةٌ تَخْرُجُ فِي أَصْلِ الْجَحِيمِ

Het is een boom die aan den bodem der hel ontspruit.

65

طَلْعُهَا كَأَنَّهُ رُؤُوسُ الشَّيَاطِينِ

De vrucht daarvan gelijkt op de hoofden van duivelen.

66

فَإِنَّهُمْ لَآكِلُونَ مِنْهَا فَمَالِؤُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ

De verdoemden zullen daarvan eten, en hunne buiken daarmede vullen.

67

ثُمَّ إِنَّ لَهُمْ عَلَيْهَا لَشَوْبًا مِّنْ حَمِيمٍ

Vervolgens zal hun een mengsel van vuil en kokend water te drinken worden gegeven.

68

ثُمَّ إِنَّ مَرْجِعَهُمْ لَإِلَى الْجَحِيمِ

Daarna zullen zij in de hel terugkeeren.

69

إِنَّهُمْ أَلْفَوْا آبَاءهُمْ ضَالِّينَ

Zij bevonden dat hunne vaderen dwalende waren.

70

فَهُمْ عَلَى آثَارِهِمْ يُهْرَعُونَ

En zij traden haastig in hunne voetstappen;

71

وَلَقَدْ ضَلَّ قَبْلَهُمْ أَكْثَرُ الْأَوَّلِينَ

Want het meerendeel der oude volken dwaalden vóór hen.

72

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا فِيهِم مُّنذِرِينَ

Wij zonden vroeger waarschuwers tot hen;

73

فَانظُرْ كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُنذَرِينَ

Maar zie hoe ellendig het einde was van degenen, die gewaarschuwd werden.

74

إِلَّا عِبَادَ اللَّهِ الْمُخْلَصِينَ

En die niet onze oprechte dienaren waren.

75

وَلَقَدْ نَادَانَا نُوحٌ فَلَنِعْمَ الْمُجِيبُونَ

Noach riep ons in vroegere dagen aan, en wij verhoorden hem genadiglijk.

76

وَنَجَّيْنَاهُ وَأَهْلَهُ مِنَ الْكَرْبِ الْعَظِيمِ

En wij bevrijdden hem en zijn gezin uit de groote ellende.

77

وَجَعَلْنَا ذُرِّيَّتَهُ هُمْ الْبَاقِينَ

Wij deden zijne nakomelingschap den zondvloed overleven, om de aarde te bevolken.

78

وَتَرَكْنَا عَلَيْهِ فِي الْآخِرِينَ

En wij lieten hem de volgende begroeting door de verste nakomelingschap geven:

79

سَلَامٌ عَلَى نُوحٍ فِي الْعَالَمِينَ

Vrede zij op Noach onder alle schepselen!

80

إِنَّا كَذَلِكَ نَجْزِي الْمُحْسِنِينَ

Zoo beloonen wij de rechtvaardigen.