Surah ke-37 · 182 ayat

ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF) — Ayat 48

48

وَعِنْدَهُمْ قَاصِرَاتُ الطَّرْفِ عِينٌ

En nabij hen zullen de maagden van het paradijs liggen, hare blikken, behalve van hunne bruidegommen, van ieder een afwendende, hebbende groote, zwarte oogen,

Tafsir Ibnu Katsir