Surah ke-70 · 44 ayat

AL MA'ARIJ (TEMPAT-TEMPAT NAIK)

Ringkasan Surat (AI)

Surat Al-Ma'arij menegaskan kepastian azab hari kiamat yang tidak dapat dihindari oleh kaum kafir meskipun mereka berusaha menebus diri. Ayat-ayatnya menggambarkan kedahsyatan hari pembalasan ketika hubungan kekerabatan tidak lagi bermanfaat bagi keselamatan seseorang. Pesan intinya adalah perintah untuk bersabar menghadapi keingkaran serta keyakinan penuh akan janji Allah.

21

وَإِذَا مَسَّهُ الْخَيْرُ مَنُوعًا

Maar als het goede hem toevloeit, word hij karig.

22

إِلَّا الْمُصَلِّينَ

Zoo bestaan niet degenen die godvruchtig zijn.

23

الَّذِينَ هُمْ عَلَى صَلَاتِهِمْ دَائِمُونَ

Die in hunne gebeden volharden.

24

وَالَّذِينَ فِي أَمْوَالِهِمْ حَقٌّ مَّعْلُومٌ

En zij, die gereed zijn, een zeker voegzaam deel van hunne bezittingen te geven.

25

لِّلسَّائِلِ وَالْمَحْرُومِ

Aan hem die vraagt, en aan hem, die door schaamte teruggehouden wordt te vragen.

26

وَالَّذِينَ يُصَدِّقُونَ بِيَوْمِ الدِّينِ

Zij, die oprecht in den dag des oordeels gelooven,

27

وَالَّذِينَ هُم مِّنْ عَذَابِ رَبِّهِم مُّشْفِقُونَ

En de straf van hunnen Heer vreezen

28

إِنَّ عَذَابَ رَبِّهِمْ غَيْرُ مَأْمُونٍ

(Want niemand is beveiligd tegen de straf van zijnen Heer).

29

وَالَّذِينَ هُمْ لِفُرُوجِهِمْ حَافِظُونَ

Die ingetogen leven.

30

إِلَّا عَلَى أَزْوَاجِهِمْ أَوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَانُهُمْ فَإِنَّهُمْ غَيْرُ مَلُومِينَ

En die geen gemeenschap hebben met andere vrouwen dan met de hunne, of de slavinnen, die door hunne rechterhanden worden bezeten; want zij zijn zonder blaam.

31

فَمَنِ ابْتَغَى وَرَاء ذَلِكَ فَأُوْلَئِكَ هُمُ الْعَادُونَ

Maar zij, die gemeenschap met andere vrouwen buiten deze hebben, zijn zondaren.

32

وَالَّذِينَ هُمْ لِأَمَانَاتِهِمْ وَعَهْدِهِمْ رَاعُونَ

Zij, die wat hun werd toevertrouwd en hun verbond getrouw bewaren.

33

وَالَّذِينَ هُم بِشَهَادَاتِهِمْ قَائِمُونَ

Die onwrikbaar in hunne verklaringen zijn.

34

وَالَّذِينَ هُمْ عَلَى صَلَاتِهِمْ يُحَافِظُونَ

En die de vereischte voorschriften bij hunne gebeden nauwkeurig in acht nemen.

35

أُوْلَئِكَ فِي جَنَّاتٍ مُّكْرَمُونَ

Deze zullen hooggeëerd zijn, en te midden van tuinen wonen.

36

فَمَالِ الَّذِينَ كَفَرُوا قِبَلَكَ مُهْطِعِينَ

Wat scheelt de ongeloovigen, dat zij voor u uitgaan

37

عَنِ الْيَمِينِ وَعَنِ الشِّمَالِ عِزِينَ

In scharen ter rechter- en ter linkerhand?

38

أَيَطْمَعُ كُلُّ امْرِئٍ مِّنْهُمْ أَن يُدْخَلَ جَنَّةَ نَعِيمٍ

Wenscht een hunner den tuin des genots binnen te gaan?

39

كَلَّا إِنَّا خَلَقْنَاهُم مِّمَّا يَعْلَمُونَ

Volstrekt niet.--Waarlijk, wij hebben hen geschapen, van datgene wat zij kennen.

40

فَلَا أُقْسِمُ بِرَبِّ الْمَشَارِقِ وَالْمَغَارِبِ إِنَّا لَقَادِرُونَ

Ik zweer bij den Heer van het Oosten en het Westen, dat wij in staat zijn.