Ringkasan Surat (AI)

Surat An-Najm menegaskan kebenaran kenabian Muhammad dan bahwa Al-Quran adalah wahyu ilahi yang disampaikan oleh Jibril. Surat ini juga menggambarkan pengalaman spiritual Nabi saat menerima wahyu serta menolak anggapan kaum musyrik tentang kesesatan beliau.

41

ثُمَّ يُجْزَاهُ الْجَزَاء الْأَوْفَى

En dat hij daarvoor met de meest overvloedige belooning zal worden beschonken.

42

وَأَنَّ إِلَى رَبِّكَ الْمُنتَهَى

Dat het einde van alle dingen bij den Heer zal wezen.

43

وَأَنَّهُ هُوَ أَضْحَكَ وَأَبْكَى

Dat hij doet lachen en doet weenen.

44

وَأَنَّهُ هُوَ أَمَاتَ وَأَحْيَا

Dat hij dood en leven geeft.

45

وَأَنَّهُ خَلَقَ الزَّوْجَيْنِ الذَّكَرَ وَالْأُنثَى

Dat hij de beide kunnen: de mannelijke en de vrouwelijke, schiep.

46

مِن نُّطْفَةٍ إِذَا تُمْنَى

Van zaad als het uitgeworpen is.

47

وَأَنَّ عَلَيْهِ النَّشْأَةَ الْأُخْرَى

Dat hem eene andere voortbrenging behoort, namelijk de wederopwekking hiernamaals, van den dood ten leven.

48

وَأَنَّهُ هُوَ أَغْنَى وَأَقْنَى

En dat hij verrijkt, en bezittingen doet verkrijgen.

49

وَأَنَّهُ هُوَ رَبُّ الشِّعْرَى

Dat hij den Heer van het hondsgesternte is.

50

وَأَنَّهُ أَهْلَكَ عَادًا الْأُولَى

Dat hij den ouden stam van Ad verwoestte.

51

وَثَمُودَ فَمَا أَبْقَى

En Thamoed; en niet een van hen liet leven.

52

وَقَوْمَ نُوحٍ مِّن قَبْلُ إِنَّهُمْ كَانُوا هُمْ أَظْلَمَ وَأَطْغَى

Als ook het volk van Noach, vóór hen: want zij waren ten hoogste onrechtvaardig en zondig.

53

وَالْمُؤْتَفِكَةَ أَهْوَى

En de straf des hemels bedekte haar.

54

فَغَشَّاهَا مَا غَشَّى

En de omvergeworpen steden, heeft hij ten onderst boven gekeerd.

55

فَبِأَيِّ آلَاء رَبِّكَ تَتَمَارَى

Welke der voordeelen van uwen Heer, o mensch! zult gij in twijfel trekken?

56

هَذَا نَذِيرٌ مِّنَ النُّذُرِ الْأُولَى

Deze gezant is een prediker, evenals de predikers, die hem voorafgingen.

57

أَزِفَتْ الْآزِفَةُ

De dag des oordeels komt nader;

58

لَيْسَ لَهَا مِن دُونِ اللَّهِ كَاشِفَةٌ

Er is niemand, die daarvan den juisten tijd kan bepalen, behalve God.

59

أَفَمِنْ هَذَا الْحَدِيثِ تَعْجَبُونَ

Verwondert gij u dus over deze nieuwe openbaring?

60

وَتَضْحَكُونَ وَلَا تَبْكُونَ

En lacht gij, in plaats van te weenen?