Ringkasan Surat (AI)

Surat Asy-Syu'araa menegaskan Al-Qur'an dan ayat-ayat alam sebagai bukti kebesaran Allah yang terus didustakan orang kafir. Kisah Musa yang diutus kepada Fir'aun mengajarkan keberanian dalam berdakwah, karena Allah selalu menyertai dan melindungi hamba-hamba-Nya.

181

أَوْفُوا الْكَيْلَ وَلَا تَكُونُوا مِنَ الْمُخْسِرِينَ

Geeft juist gewicht en weest geene bedriegers.

182

وَزِنُوا بِالْقِسْطَاسِ الْمُسْتَقِيمِ

En weegt met een gelijke weegschaal.

183

وَلَا تَبْخَسُوا النَّاسَ أَشْيَاءهُمْ وَلَا تَعْثَوْا فِي الْأَرْضِ مُفْسِدِينَ

En vermindert niet wat den menschen toekomt; bedrijft geen geweld op aarde; en handelt niet slecht.

184

وَاتَّقُوا الَّذِي خَلَقَكُمْ وَالْجِبِلَّةَ الْأَوَّلِينَ

En vreest hem die u en de vroegere geslachten heeft geschapen.

185

قَالُوا إِنَّمَا أَنتَ مِنَ الْمُسَحَّرِينَ

Zij antwoordden: Waarlijk gij zijt bezeten.

186

وَمَا أَنتَ إِلَّا بَشَرٌ مِّثْلُنَا وَإِن نَّظُنُّكَ لَمِنَ الْكَاذِبِينَ

Gij zijt niets meer dan een mensch gelijk wij en waarlijk, wij houden u voor een leugenaar.

187

فَأَسْقِطْ عَلَيْنَا كِسَفًا مِّنَ السَّمَاء إِن كُنتَ مِنَ الصَّادِقِينَ

Doe thans een deel van den hemel op ons nedervallen, indien gij de Waarheid spreekt.

188

قَالَ رَبِّي أَعْلَمُ بِمَا تَعْمَلُونَ

Shoaib zeide. Mijn Heer weet het beste wat gij doet.

189

فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَهُمْ عَذَابُ يَوْمِ الظُّلَّةِ إِنَّهُ كَانَ عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ

En zij beschuldigden hen van bedrog; daarom overviel hen de straf van den dag der schaduwgevende wolk, en dit was de straf van den vreeselijken dag.

190

إِنَّ فِي ذَلِكَ لَآيَةً وَمَا كَانَ أَكْثَرُهُم مُّؤْمِنِينَ

Waarlijk, hierin was een teeken; maar het grootste deel hunner geloofde niet.

191

وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ الْعَزِيزُ الرَّحِيمُ

Uw Heer is de machtige, de barmhartige.

192

وَإِنَّهُ لَتَنزِيلُ رَبِّ الْعَالَمِينَ

Dit boek is zekerlijk eene openbaring van den Heer van alle schepselen.

193

نَزَلَ بِهِ الرُّوحُ الْأَمِينُ

Welke de getrouwe geest op uw hart heeft doen nederdalen.

194

عَلَى قَلْبِكَ لِتَكُونَ مِنَ الْمُنذِرِينَ

Opdat gij een prediker voor uw volk zoudt zijn,

195

بِلِسَانٍ عَرَبِيٍّ مُّبِينٍ

In de duidelijke Arabische taal.

196

وَإِنَّهُ لَفِي زُبُرِ الْأَوَّلِينَ

Waarvan de getuigenis door de schriften van vroegere tijden wordt geleverd.

197

أَوَلَمْ يَكُن لَّهُمْ آيَةً أَن يَعْلَمَهُ عُلَمَاء بَنِي إِسْرَائِيلَ

Was het geen teeken voor hen, dat de wijze mannen onder de kinderen Israëls die kenden?

198

وَلَوْ نَزَّلْنَاهُ عَلَى بَعْضِ الْأَعْجَمِينَ

Hadden wij het aan een der vreemdelingen geopenbaard.

199

فَقَرَأَهُ عَلَيْهِم مَّا كَانُوا بِهِ مُؤْمِنِينَ

En hij zou het hun hebben voorgelezen, dan zouden zij daaraan niet hebben willen gelooven.

200

كَذَلِكَ سَلَكْنَاهُ فِي قُلُوبِ الْمُجْرِمِينَ

Zoo deden wij hardnekkig ongeloof in de harten der zondaren binnentreden.