AL MU'MINUUN (ORANG-ORANG YANG BERIMAN) — Ayat 100
لَعَلِّي أَعْمَلُ صَالِحًا فِيمَا تَرَكْتُ كَلَّا إِنَّهَا كَلِمَةٌ هُوَ قَائِلُهَا وَمِن وَرَائِهِم بَرْزَخٌ إِلَى يَوْمِ يُبْعَثُونَ
Opdat ik doen moge wat rechtvaardig is, door het ware geloof te belijden dat ik verwaarloosd heb. In geenen deele. Waarlijk, dit zijn de woorden welke gij zult spreken; maar achter hen zal een hek zijn tot op den dag der opstanding.
Tafsir
Misschien doe ik goed door te getuigen dat er geen god is dan God, want wat ik heb achtergelaten, heb ik van mijn leven verspild, dat wil zeggen, in tegenstelling daarmee zei de Almachtige God: Nee, er is geen terugkeer. Het is, dat wil zeggen, Heer, stuur me terug, en er is geen enkel voordeel voor Hem. Achter hen, voor hen, is een barrière, een barrière die hen belet terug te keren tot de Dag van hun Opstanding, en er is geen terugkeer daarna.