Surah ke-5 · 120 ayat

AL MAA-IDAH (HIDANGAN) — Ayat 20

20

وَإِذْ قَالَ مُوسَى لِقَوْمِهِ يَا قَوْمِ اذْكُرُواْ نِعْمَةَ اللّهِ عَلَيْكُمْ إِذْ جَعَلَ فِيكُمْ أَنبِيَاء وَجَعَلَكُم مُّلُوكًا وَآتَاكُم مَّا لَمْ يُؤْتِ أَحَدًا مِّن الْعَالَمِينَ

Toen Mozes tot zijn volk zeide: O, mijn volk! gedenk Gods gunst omtrent u, sedert hij profeten onder u heeft aangewezen en u koningen heeft gegeven, en u heeft geschonken, wat hij geene natie ter wereld heeft gegeven.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En gedenk toen Mozes tegen zijn volk zei: "O mijn volk, gedenk de gunst van God jegens u, toen Hij onder u profeten aanstelde en koningen maakte, met dienaren en bedienden, en u dingen gaf die Hij aan niemand in de wereld had gegeven, zoals manna, kwartels, de splitsing van de zee en andere dingen."