Surah ke-5 · 120 ayat

AL MAA-IDAH (HIDANGAN) — Ayat 19

19

يَا أَهْلَ الْكِتَابِ قَدْ جَاءكُمْ رَسُولُنَا يُبَيِّنُ لَكُمْ عَلَى فَتْرَةٍ مِّنَ الرُّسُلِ أَن تَقُولُواْ مَا جَاءنَا مِن بَشِيرٍ وَلاَ نَذِيرٍ فَقَدْ جَاءكُم بَشِيرٌ وَنَذِيرٌ وَاللّهُ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ

O gij! die de schriften hebt ontvangen, thans is onze apostel onder u gekomen, om u den waren godsdienst te verklaren, gedurende de schorsing der apostelen, opdat gij niet meer zoudt zeggen: Er kwam niemand tot ons, die goede tijdingen bracht, noch eenige waarschuwer: maar nu is een bode van goede tijdingen en een waarschuwer tot u gekomen; want God is almachtig.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

O mensen van het Schrift, onze Boodschapper Mohammed is tot jullie gekomen om jullie de wetten van de religie duidelijk te maken, na een periode van onderbreking (van boodschappers), aangezien er geen boodschapper was tussen hem en Jezus, en die periode duurde vijfhonderdnegenenzestig jaar. Zodat jullie niet kunnen zeggen: als jullie gestraft worden, is er geen extra boodschapper of waarschuwer tot ons gekomen. Er is nu een boodschapper en waarschuwer tot jullie gekomen, dus jullie hebben geen excuus. God is tot alles in staat, inclusief jullie straf, als jullie Hem niet volgen.