Ringkasan Surat (AI)

Surat Al-Haaqqah menegaskan kepastian hari kiamat sebagai realitas mutlak serta memberikan peringatan melalui kisah kehancuran kaum terdahulu yang mendustakannya. Surah ini menggambarkan kedahsyatan peristiwa kiamat dan pembalasan adil bagi setiap manusia berdasarkan catatan amal mereka. Pesan utamanya adalah perintah untuk meyakini kebenaran wahyu Allah dan mempersiapkan diri menghadapi pengadilan akhirat.

21

فَهُوَ فِي عِيشَةٍ رَّاضِيَةٍ

Hij zal een genoegelijk leven leiden.

22

فِي جَنَّةٍ عَالِيَةٍ

In een verheven tuin.

23

قُطُوفُهَا دَانِيَةٌ

Waarvan de vruchten gemakkelijk te plukken zullen zijn.

24

كُلُوا وَاشْرَبُوا هَنِيئًا بِمَا أَسْلَفْتُمْ فِي الْأَيَّامِ الْخَالِيَةِ

Eet en drinkt met gemakkelijke spijsvertering, (zal men hun zeggen) om de goede werken, die gij in de verloopen dagen voor u uit hebt gezonden.

25

وَأَمَّا مَنْ أُوتِيَ كِتَابَهُ بِشِمَالِهِ فَيَقُولُ يَا لَيْتَنِي لَمْ أُوتَ كِتَابِيهْ

Maar hij, die zijn boek dat hij ontvangen heeft, in zijne linkerhand zal hebben, zal zeggen: O, had ik dit boek slechts niet ontvangen!

26

وَلَمْ أَدْرِ مَا حِسَابِيهْ

En dat ik niet wist, dat dit mijne rekening was!

27

يَا لَيْتَهَا كَانَتِ الْقَاضِيَةَ

O had de dood een einde aan mij gemaakt!

28

مَا أَغْنَى عَنِّي مَالِيهْ

Mijne rijkdommen hebben mij niet bevoordeeld.

29

هَلَكَ عَنِّي سُلْطَانِيهْ

En mijne macht is voor mij verdwenen.

30

خُذُوهُ فَغُلُّوهُ

En God zal tot de wachters der hel zeggen: Grijpt hem en bindt hem,

31

ثُمَّ الْجَحِيمَ صَلُّوهُ

En werpt hem in de hel om verbrand te worden.

32

ثُمَّ فِي سِلْسِلَةٍ ذَرْعُهَا سَبْعُونَ ذِرَاعًا فَاسْلُكُوهُ

Sluit hem in eene keten, van eene lengte van zeventig ellebogen

33

إِنَّهُ كَانَ لَا يُؤْمِنُ بِاللَّهِ الْعَظِيمِ

Omdat hij niet in den grooten God geloofde.

34

وَلَا يَحُضُّ عَلَى طَعَامِ الْمِسْكِينِ

En omdat hij niet begeerlijk was, den arme te voeden.

35

فَلَيْسَ لَهُ الْيَوْمَ هَاهُنَا حَمِيمٌ

Daarom zal hij hier dezen dag geen vriend hebben.

36

وَلَا طَعَامٌ إِلَّا مِنْ غِسْلِينٍ

Noch eenig voedsel, behalve het bedorven vocht, dat uit de lichamen der verdoemde vloeit.

37

لَا يَأْكُلُهُ إِلَّا الْخَاطِؤُونَ

Dat niemand zal genieten, behalve de zondaren.

38

فَلَا أُقْسِمُ بِمَا تُبْصِرُونَ

Ik zweer bij datgene wat gij ziet.

39

وَمَا لَا تُبْصِرُونَ

En datgene wat gij niet ziet.

40

إِنَّهُ لَقَوْلُ رَسُولٍ كَرِيمٍ

Dat dit het gesprek van een eerbiedwaardigen gezant is.