Surah ke-51 · 60 ayat
ADZ DZAARIYAAT (ANGIN YANG MENERBANGKAN) — Ayat 40
40
فَأَخَذْنَاهُ وَجُنُودَهُ فَنَبَذْنَاهُمْ فِي الْيَمِّ وَهُوَ مُلِيمٌ
Daarom grepen wij hem en zijne soldaten en wierpen hen in de zee: en hij was waard gestrafd te worden.