Surah ke-51 · 60 ayat
ADZ DZAARIYAAT (ANGIN YANG MENERBANGKAN) — Ayat 39
39
فَتَوَلَّى بِرُكْنِهِ وَقَالَ سَاحِرٌ أَوْ مَجْنُونٌ
Maar deze wendde zich met zijne vorsten af, zeggende: Deze man is een toovenaar of een bezetene.