Surah ke-12 · 111 ayat
YUSUF — Ayat 11
11
قَالُواْ يَا أَبَانَا مَا لَكَ لاَ تَأْمَنَّا عَلَى يُوسُفَ وَإِنَّا لَهُ لَنَاصِحُونَ
Zij zeiden tot Jacob: O vader! waarom vertrouwt gij ons Jozef niet toe, daar wij oprecht voor hem zijn en hem goeds toewenschen?
Tafsir
Ze zeiden: "O onze vader, waarom vertrouwt u Jozef niet aan ons toe, terwijl wij toch zijn oprechte raadgevers zijn?" (bedoelend: wij zijn verantwoordelijk voor zijn welzijn.)