Surah ke-12 · 111 ayat
YUSUF — Ayat 105
105
وَكَأَيِّن مِّن آيَةٍ فِي السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ يَمُرُّونَ عَلَيْهَا وَهُمْ عَنْهَا مُعْرِضُونَ
En hoeveel teekens er ook in den hemel en op de aarde zijn, zoowel van het bestaan als van de eenigheid en voorzienigheid van God; zij gaan die voorbij en wenden zich af.
Tafsir
En hoeveel tekenen, die de eenheid van God aantonen, zien ze wel, terwijl ze zich ervan afwenden, en ze denken er niet over na.