Surah ke-10 · 109 ayat

YUNUS — Ayat 74

74

ثُمَّ بَعَثْنَا مِن بَعْدِهِ رُسُلاً إِلَى قَوْمِهِمْ فَجَآؤُوهُم بِالْبَيِّنَاتِ فَمَا كَانُواْ لِيُؤْمِنُواْ بِمَا كَذَّبُواْ بِهِ مِن قَبْلُ كَذَلِكَ نَطْبَعُ عَلَى قُلوبِ الْمُعْتَدِينَ

Wij zonden na hem gezanten tot de verschillende volkeren en deze kwamen tot hen met duidelijke teekenen, doch zij waren niet geneigd te gelooven in datgene, wat zij te voren als valsch hadden verworpen. Zoo verzegelen wij de harten der zondaren.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

Toen zonden Wij na hem (Noach) boodschappers naar hun volk (zoals Abraham, Hud en Sali), en zij kwamen tot hen met duidelijke bewijzen (wonderen), maar zij wilden niet geloven wat zij eerder hadden ontkend (het zenden van de boodschappers naar hen). Zo verzegelen Wij de harten van de overtreders, zodat zij het geloof niet aanvaarden, net zoals Wij de harten van die mensen verzegelden.