Surah ke-10 · 109 ayat

YUNUS — Ayat 19

19

وَمَا كَانَ النَّاسُ إِلاَّ أُمَّةً وَاحِدَةً فَاخْتَلَفُواْ وَلَوْلاَ كَلِمَةٌ سَبَقَتْ مِن رَّبِّكَ لَقُضِيَ بَيْنَهُمْ فِيمَا فِيهِ يَخْتَلِفُونَ

De menschen beleden vroeger slechts éénen godsdienst, doch zij werden daarna verdeeld, en indien Gods woord, waardoor hunne straf werd uitgesteld, niet vooraf geopenbaard ware geworden, zou het onderwerp hunner geschillen thans beslist zijn.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En de mensheid was één gemeenschap, gebaseerd op één religie, namelijk de islam, van Adam tot Noach, en zo werd gezegd vanaf de tijd van Abraham tot Amr ibn Luhayy. Toen ontstonden er meningsverschillen, waarbij sommigen standvastig bleven en anderen ongelovig werden. En ware het niet voor een woord van uw Heer, dat de vergelding uitstelde tot de Dag der Opstanding, dan zou er een beslissing zijn genomen tussen hen, dat wil zeggen, de mensen in deze wereld, over datgene waarover zij van mening verschillen, namelijk de religie, door de ongelovigen te straffen.