Surah ke-20 · 135 ayat

THAAHAA — Ayat 77

77

وَلَقَدْ أَوْحَيْنَا إِلَى مُوسَى أَنْ أَسْرِ بِعِبَادِي فَاضْرِبْ لَهُمْ طَرِيقًا فِي الْبَحْرِ يَبَسًا لَّا تَخَافُ دَرَكًا وَلَا تَخْشَى

En wij spraken door openbaring tot Mozes, zeggende: Vertrek met mijne dienaren des nachts uit Egypte en sla de wateren met uwen staf, en maak hun een droog pad door de zee. Vrees niet dat Pharao U zal overvallen, en wees niet bang.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En Wij openbaarden aan Mozes: "Neem Mijn dienaren 's nachts mee uit het land Egypte en baan voor hen een droge weg door de zee." Met een hamza al-qat' uit asra, en met een hamza al-wasl en een kasra op de nun uit sara, twee talen, wat betekent: neem hen 's nachts mee uit het land Egypte en baan voor hen een droge weg door de zee. Dus gehoorzaamde hij het bevel, en God maakte het land droog, zodat zij erdoorheen konden trekken. Jullie hoeven niet te vrezen dat Farao jullie zal inhalen, noch dat jullie zullen vrezen te verdrinken.