Surah ke-20 · 135 ayat
THAAHAA — Ayat 11
11
فَلَمَّا أَتَاهَا نُودِي يَا مُوسَى
En toen hij naderbij gekomen was, riep hem eene stem toe zeggende: O Mozes!
Tafsir
Toen hij bij de boom kwam, die een meidoorn was, werd hij geroepen: "O Mozes!"