Surah ke-38 · 88 ayat
SHAAD — Ayat 33
33
رُدُّوهَا عَلَيَّ فَطَفِقَ مَسْحًا بِالسُّوقِ وَالْأَعْنَاقِ
En toen zij teruggebracht waren, begon hij hunne pooten en halzen af te snijden.
رُدُّوهَا عَلَيَّ فَطَفِقَ مَسْحًا بِالسُّوقِ وَالْأَعْنَاقِ
En toen zij teruggebracht waren, begon hij hunne pooten en halzen af te snijden.