Surah ke-38 · 88 ayat

SHAAD — Ayat 18

18

إِنَّا سَخَّرْنَا الْجِبَالَ مَعَهُ يُسَبِّحْنَ بِالْعَشِيِّ وَالْإِشْرَاقِ

Wij dwongen de bergen, onzen lof met hem te verkondigen, des avonds en bij het opgaan der zon;

Tafsir Ibnu Katsir