Surah ke-34 · 54 ayat
SABA' (KAUM SABA') — Ayat 5
5
وَالَّذِينَ سَعَوْا فِي آيَاتِنَا مُعَاجِزِينَ أُوْلَئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ مِّن رِّجْزٍ أَلِيمٌ
Maar zij, die trachten onze teekenen krachteloos te doen zijn, zullen de straf eener pijnlijke marteling ontvangen.
Tafsir
En zij die ernaar streven om Onze verzen, de Koran, ongeldig te maken door ons machteloos te maken, en in een lezing hier en in wat volgt, maken zij ons machteloos, wat betekent dat zij onze machteloosheid inschatten of tegen ons wedijveren om aan ons te ontkomen, omdat zij denken dat er geen opstanding of straf is. Zij zullen een straf van kwelling ondergaan, een zware straf, pijnlijk, met de genitief en nominatief, een kenmerk van kwelling of straf.