Surah ke-34 · 54 ayat

SABA' (KAUM SABA') — Ayat 47

47

قُلْ مَا سَأَلْتُكُم مِّنْ أَجْرٍ فَهُوَ لَكُمْ إِنْ أَجْرِيَ إِلَّا عَلَى اللَّهِ وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ شَهِيدٌ

Zeg: Ik vraag geenerlei belooning van u voor mijne prediking ). Het is u overgelaten, al of niet te geven. Ik verwacht mijn belooning alleen van God, en hij is getuige van alle dingen.

Tafsir Ibnu Katsir