Surah ke-34 · 54 ayat

SABA' (KAUM SABA') — Ayat 1

1

الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي لَهُ مَا فِي السَّمَاوَاتِ وَمَا فِي الْأَرْضِ وَلَهُ الْحَمْدُ فِي الْآخِرَةِ وَهُوَ الْحَكِيمُ الْخَبِيرُ

Geloofd zij God, aan wien alles behoort, wat in de hemelen en op aarde is, en geloofd zij hij in de volgende wereld; want hij is wijs en alwetend.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{Alle lof zij God} God de Almachtige prijst Zichzelf daarmee, en wat daarmee bedoeld wordt is lofprijzing in de zin van de gevestigde lofprijzing, namelijk het beschrijven van God de Almachtige met schoonheid {Aan Hem behoort alles wat in de hemel en op aarde is} in bezit en schepping {En aan Hem behoort de lof in het Hiernamaals}, zoals in deze wereld, zullen Zijn vrienden Hem prijzen wanneer zij het Paradijs binnengaan {En Hij is de Wijze} in Zijn daden {De Alwetende} in Zijn schepping.