Surah ke-71 · 28 ayat
NUH (NABI NUH) — Ayat 7
7
وَإِنِّي كُلَّمَا دَعَوْتُهُمْ لِتَغْفِرَ لَهُمْ جَعَلُوا أَصَابِعَهُمْ فِي آذَانِهِمْ وَاسْتَغْشَوْا ثِيَابَهُمْ وَأَصَرُّوا وَاسْتَكْبَرُوا اسْتِكْبَارًا
En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.
Tafsir
En telkens wanneer Ik hen tot U riep om hen te vergeven, stopten zij hun vingers in hun oren, zodat zij Mijn woorden niet zouden horen, en bedekten zij zich met hun kleren, zodat zij Mij niet zouden zien, en volhardden zij in hun ongeloof, en waren zij arrogant, omdat zij te trots waren om te geloven, met grote arrogantie.