Surah ke-47 · 38 ayat
MUHAMMAD (NABI MUHAMMAD S.A.W) — Ayat 8
8
وَالَّذِينَ كَفَرُوا فَتَعْسًا لَّهُمْ وَأَضَلَّ أَعْمَالَهُمْ
Maar wat de ongeloovigen betreft, laat hen te gronde gaan, en God zal hunne werken krachteloos maken.
Tafsir
En zij die niet geloofden, uit het volk van Mekka, waarvan het onderwerp, waarvan het predicaat 'ellendig' is, wordt aangegeven door 'zo zij ellende over hen', wat vernietiging en teleurstelling van God betekent. 'En Hij maakte hun daden vruchteloos' is verbonden met 'ellendig'.