Surah ke-47 · 38 ayat

MUHAMMAD (NABI MUHAMMAD S.A.W) — Ayat 16

16

وَمِنْهُم مَّن يَسْتَمِعُ إِلَيْكَ حَتَّى إِذَا خَرَجُوا مِنْ عِندِكَ قَالُوا لِلَّذِينَ أُوتُوا الْعِلْمَ مَاذَا قَالَ آنِفًا أُوْلَئِكَ الَّذِينَ طَبَعَ اللَّهُ عَلَى قُلُوبِهِمْ وَاتَّبَعُوا أَهْوَاءهُمْ

Onder de ongeloovigen zijn sommigen, die u gehoor verleenen, tot zij, als zij van u uitgaan, al spottend tot degenen zeggen, aan wie kennis werd gegeven; Wat heeft hij thans gezegd? Dit zijn zij, wier harten door God zijn verzegeld, en die hunne eigene lusten volgen.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En onder hen, dat wil zeggen de ongelovigen, zijn zij die naar u luisteren tijdens de vrijdagpreek, en zij zijn de huichelaars, totdat zij, wanneer zij uw aanwezigheid verlaten, tegen hen zeggen die kennis hebben ontvangen, tegen de geleerden van de metgezellen, waaronder Ibn Masoud en Ibn Abbas, met spot en hoon, wat betekent: "Wij zullen niet tot hem terugkeren."