Surah ke-19 · 98 ayat
MARYAM — Ayat 53
53
وَوَهَبْنَا لَهُ مِن رَّحْمَتِنَا أَخَاهُ هَارُونَ نَبِيًّا
Wij gaven hem door onze genade, zijn broeder Aäron, een profeet, als zijn helper.
وَوَهَبْنَا لَهُ مِن رَّحْمَتِنَا أَخَاهُ هَارُونَ نَبِيًّا
Wij gaven hem door onze genade, zijn broeder Aäron, een profeet, als zijn helper.