Surah ke-19 · 98 ayat

MARYAM — Ayat 13

13

وَحَنَانًا مِّن لَّدُنَّا وَزَكَاةً وَكَانَ تَقِيًّا

En onze genade en zuiverheid des levens; en hij was een vroom mensch

Tafsir Ibnu Katsir