Surah ke-11 · 123 ayat
HUUD — Ayat 9
9
وَلَئِنْ أَذَقْنَا الإِنْسَانَ مِنَّا رَحْمَةً ثُمَّ نَزَعْنَاهَا مِنْهُ إِنَّهُ لَيَئُوسٌ كَفُورٌ
Waarlijk, indien wij den mensch van onze genade doen proeven, en daarna van hem aftrekken, zal hij zeker wanhopig en ondankbaar worden.
Tafsir
En als Wij de ongelovige een voorproefje van Onze genade geven, rijkdom en gezondheid, dan nemen Wij het hem weer af, want hij is wanhopig, hopeloos wat betreft Gods genade, ondankbaar, buitengewoon ondankbaar jegens Hem.