ATH THALAAQ (TALAK) — Ayat 12
اللَّهُ الَّذِي خَلَقَ سَبْعَ سَمَاوَاتٍ وَمِنَ الْأَرْضِ مِثْلَهُنَّ يَتَنَزَّلُ الْأَمْرُ بَيْنَهُنَّ لِتَعْلَمُوا أَنَّ اللَّهَ عَلَى كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ وَأَنَّ اللَّهَ قَدْ أَحَاطَ بِكُلِّ شَيْءٍ عِلْمًا
Het is God, die de zeven hemelen heeft geschapen en de zeven aardbollen: het goddelijke bevel daalt tusschen hen neder, opdat gij zoudt weten, dat God almachtig is, en dat God door zijn kennis alle dingen begrijpt.
Tafsir
{Allah is Hij Die zeven hemelen en een aarde die daarop lijkt heeft geschapen}, wat betekent zeven aardes. {Het bevel daalt neer}, de openbaring {tussen hen}, tussen de hemelen en de aarde. Gabriël brengt het neer van de zevende hemel naar de zevende aarde, {zodat jullie het mogen weten}, gerelateerd aan een weggelaten woord, wat betekent dat Hij jullie informeert over die schepping en openbaring, {dat Allah tot alles in staat is en dat Allah alles in kennis omvat}.