Surah ke-37 · 182 ayat
ASH SHAAFFAAT (YANG BER SHAF-SHAF) — Ayat 145
145
فَنَبَذْنَاهُ بِالْعَرَاء وَهُوَ سَقِيمٌ
En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij was ziek.
فَنَبَذْنَاهُ بِالْعَرَاء وَهُوَ سَقِيمٌ
En wij wierpen hem op het naakte strand, en hij was ziek.