Surah ke-32 · 30 ayat

AS SAJDAH (SUJUD) — Ayat 10

10

وَقَالُوا أَئِذَا ضَلَلْنَا فِي الْأَرْضِ أَئِنَّا لَفِي خَلْقٍ جَدِيدٍ بَلْ هُم بِلِقَاء رَبِّهِمْ كَافِرُونَ

En zij zeggen: Als wij in de aarde bedolven zullen liggen, zullen wij dan als nieuwe schepsels worden opgewekt? Ja, zij loochenen de ontmoeting van hunnen Heer bij de opstanding.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En zij zeiden, doelend op de ontkenners van de opstanding: "Wanneer wij verloren zijn gegaan in de aarde, wanneer wij daarin verloren zijn gegaan en stof zijn geworden, vermengd met het stof ervan, zullen wij dan werkelijk deel uitmaken van een nieuwe schepping?" Dit is een kwestie van ontkenning, waarbij de twee hamza's duidelijk worden uitgesproken en de tweede verzacht, en in beide gevallen een alif ertussen wordt ingevoegd. God de Almachtige zei: "Integendeel, zij geloven niet in de ontmoeting met hun Heer in de opstanding."