Surah ke-30 · 60 ayat

AR-RUUM (BANGSA RUMAWI) — Ayat 19

19

يُخْرِجُ الْحَيَّ مِنَ الْمَيِّتِ وَيُخْرِجُ الْمَيِّتَ مِنَ الْحَيِّ وَيُحْيِي الْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَكَذَلِكَ تُخْرَجُونَ

Hij brengt het levende uit het doode voort, en hij brengt het doode uit het levende voort, en hij verkwikt de aarde, nadat die dood was. Evenzoo zult gij uit uwe graven worden voortgebracht.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{Hij brengt het levende voort uit het dode} zoals een mens uit een zaadcel en een vogel uit een eicel {en Hij brengt het dode voort} zaadcel en eicel {uit het levende en Hij wekt de aarde weer tot leven} met vegetatie {na haar dood} d.w.z. haar droogte {en evenzo} brengt Hij voort {jullie zullen voortgebracht worden} uit de graven, met het werkwoord in de actieve en passieve vorm.