Surah ke-16 · 128 ayat

AN NAHL (LEBAH) — Ayat 63

63

تَاللّهِ لَقَدْ أَرْسَلْنَا إِلَى أُمَمٍ مِّن قَبْلِكَ فَزَيَّنَ لَهُمُ الشَّيْطَانُ أَعْمَالَهُمْ فَهُوَ وَلِيُّهُمُ الْيَوْمَ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ

Ik zweer bij God, dat wij vroeger gezanten hebben gezonden tot de volkeren, die vóór u bestonden, maar Satan maakte hunne werken voor hen gereed; hij was hun schuts in deze wereld en in de volgende zullen zij eene gestrenge pijniging ondergaan.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

Bij God, Wij hebben vóór jullie boodschappers naar de volken gezonden, maar Satan heeft hun slechte daden goed doen lijken, zodat zij ze als goed beschouwden en de boodschappers verwierpen. Hij is hun beschermer vandaag, in deze wereld, en zij zullen een pijnlijke straf ondergaan in het Hiernamaals. Er wordt gezegd dat met "vandaag" de Dag der Opstanding wordt bedoeld, verwijzend naar de komende situatie. Zij hebben geen andere beschermer dan hem, en hij is niet in staat zichzelf te helpen, hoe kan hij hen dan helpen?