Surah ke-16 · 128 ayat

AN NAHL (LEBAH) — Ayat 21

21

أَمْواتٌ غَيْرُ أَحْيَاء وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ

Zij zijn dood en niet levend, en zij weten volstrekt niet, Wanneer zij zullen opstaan.

Tafsir Ibnu Katsir