Surah ke-3 · 200 ayat

ALI 'IMRAN (KELUARGA 'IMRAN) — Ayat 194

194

رَبَّنَا وَآتِنَا مَا وَعَدتَّنَا عَلَى رُسُلِكَ وَلاَ تُخْزِنَا يَوْمَ الْقِيَامَةِ إِنَّكَ لاَ تُخْلِفُ الْمِيعَادَ

O Heer! geef ons ook wat gij door uwe gezanten hebt beloofd, en bedek ons niet met schande op den dag der opstanding. Gij verbreekt uwe belofte niet.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{O onze Heer, en geef ons} Geef ons {wat U ons beloofd hebt} door de tongen van {Uw boodschappers} van barmhartigheid en genade. Hun verzoek daartoe, hoewel Gods belofte nooit faalt, is een verzoek om hen te laten behoren tot degenen die het verdienen, omdat ze er niet zeker van waren of ze het verdienden. De herhaling van "O onze Heer" is een overdrijving in de smeekbede. {En breng ons geen schande op de Dag der Opstanding. Voorwaar, U breekt Uw belofte niet.} De belofte van opstanding en vergelding.