Surah ke-3 · 200 ayat

ALI 'IMRAN (KELUARGA 'IMRAN) — Ayat 148

148

فَآتَاهُمُ اللّهُ ثَوَابَ الدُّنْيَا وَحُسْنَ ثَوَابِ الآخِرَةِ وَاللّهُ يُحِبُّ الْمُحْسِنِينَ

God gaf hun daarvoor in deze wereld belooning en een heerlijk loon in de toekomstige; want God bemint hen die goed doen.

Tafsir Ibnu Katsir