Surah ke-58 · 22 ayat

AL MUJAADILAH (WANITA YANG MENGAJUKAN GUGATAN) — Ayat 2

2

الَّذِينَ يُظَاهِرُونَ مِنكُم مِّن نِّسَائِهِم مَّا هُنَّ أُمَّهَاتِهِمْ إِنْ أُمَّهَاتُهُمْ إِلَّا اللَّائِي وَلَدْنَهُمْ وَإِنَّهُمْ لَيَقُولُونَ مُنكَرًا مِّنَ الْقَوْلِ وَزُورًا وَإِنَّ اللَّهَ لَعَفُوٌّ غَفُورٌ

Wat degenen onder u betreft, die van hunne vrouwen scheiden, met de verklaring, dat zij haar daarna als hunne moeders zullen beschouwen, laat hen weten, dat zij hunne moeders niet zijn. Hunne moeders zijn slechts zij, die hen baarden, en zij spreken waarlijk onrechtvaardig en logentaal; Maar God is barmhartig en vergevensgezind.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

{Zij die zihar uitspreken} oorspronkelijk is het yatazaharun, de ta’ werd geassimileerd in de za’, en in één lezing is het met een alif tussen de za’ en de lichte ha’, en in een andere is het als yaqātilūn, en de tweede plaats is eveneens {van onder u, van hun vrouwen die niet hun moeders zijn. Hun moeders zijn alleen zij die} met een hamza en een ya’ en zonder een ya’ {hen gebaard hebben, en zij zullen inderdaad} door zihar {zeker iets verwerpelijks en vals zeggen} een leugen {en God is inderdaad Vergevend en Barmhartig}.