AL MAA-IDAH (HIDANGAN) — Ayat 1
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُواْ أَوْفُواْ بِالْعُقُودِ أُحِلَّتْ لَكُم بَهِيمَةُ الأَنْعَامِ إِلاَّ مَا يُتْلَى عَلَيْكُمْ غَيْرَ مُحِلِّي الصَّيْدِ وَأَنتُمْ حُرُمٌ إِنَّ اللّهَ يَحْكُمُ مَا يُرِيدُ
O, ware geloovigen! weest getrouw aan uwe verbintenissen. Het is u geoorloofd het redelooze vee te eten, behalve datgene, wat u verboden is; uitgezonderd het wild, dat geoorloofd is op andere tijden te gebruiken, maar niet terwijl gij op den pelgrimstocht zijt. God beveelt hetgeen hem behaagt.
Tafsir
O jullie die geloven, vervul de verbonden, de bevestigde afspraken die er zijn tussen jullie en God en de mensen. Jullie mogen de dieren van het grazende vee eten, kamelen, runderen en schapen, na de slacht, behalve wat jullie is voorgelezen. Het verbod staat in het vers (Verboden voor jullie is aas). De uitzondering is dus apart en het is toegestaan om ermee verbonden te zijn. Het verbod is gebaseerd op wat er is gebeurd, zoals de dood en dergelijke. Behalve jagen terwijl jullie in een staat van ihram verkeren. "Behalve" staat in de accusatief als een bijvoeglijk naamwoord bij het voornaamwoord "jullie". God bepaalt immers wat Hij wil, wat wel en niet is toegestaan. Daar is geen bezwaar tegen.