Surah ke-17 · 111 ayat

AL ISRAA' (MEMPERJALANKAN DI MALAM HARI) — Ayat 16

16

وَإِذَا أَرَدْنَا أَن نُّهْلِكَ قَرْيَةً أَمَرْنَا مُتْرَفِيهَا فَفَسَقُواْ فِيهَا فَحَقَّ عَلَيْهَا الْقَوْلُ فَدَمَّرْنَاهَا تَدْمِيرًا

En als wij besloten hadden eene stad te verwoesten, gelastten wij hare in overvloed levende inwoners, onzen gezant te gelooven; maar zij handelden misdadig; daarom werd dat vonnis tegen die stad rechtvaardig uitgesproken en wij verdelgden haar.

Tafsir Ibnu Katsir

Tafsir

En wanneer Wij van plan zijn een stad te vernietigen, bevelen Wij de welgestelden, de bevoorrechten, dat wil zeggen de leiders, om via Onze boodschappers te gehoorzamen. Maar zij overtreden dit bevel, dus ongehoorzaam, en het woord wordt gerechtvaardigd met straf. Wij vernietigen de stad door haar inwoners te vernietigen en haar met de grond gelijk te maken.